Beknopte geschiedenis van de sint Anna parochie van Wetteren ten Ede
Deze wijk van Wetteren is ten zuiden begrensd door de Schelde, ten noorden ligt in een halve cirkel een stuifduin ( prullenbos ) dat de scheiding vormt met de gemeente Laarne, ten westen vormt een oude scheldearm de grens door het moerassig gebied met Melle en Heusden, ten oosten kijkt de wijk op tegen een heuvel aan de zuidkant van de Schelde : hier ligt het centrum van Wetteren .
De wijk ten Ede is mischien wel de oudste van de gemeente Wetteren. Bij de officiele volkstelling van 1876 waren er 1304 inwoners op ten Ede en bedroeg de totale Wetterse bevolking 10415 zielen.
De naam ten Ede zou verwijzen naar de met 'den en heide' begroeide zandruggen die de grens met Laarne vormden.
Het is onwaarschijnlijk dat ten Ede de vele tribulaties heeft meegemaakt die grotere locaties als Wetteren, Melle en Laarne hebben gekend. Wel zal het zijn deel gekregen hebben van 'pest , honger en oorlog' maar dit gehucht was niet zo belangrijk. Voeg daarbij de geborgenheid in de arm van de Schelde en het 'niet 'gunstig' liggen aan een grote baan. Er was ook de zeer moeilijk te bereiken dorpskom in de wintertijd, want er was namelijk geen brug over de Schelde.
Vandaar kunnen we meteen bedenken dat de bewoners in hun isolement de kans kregen zichzelf te blijven.
De bevolking bestond hoofdzakelijk uit landbouwers , landbouwarbeiders en later poermakers. In die tijd gingen veel mensen van ten Ede dagelijks naar Gent werken , en dit 12 tot 14 uren per dag, de heen en terugreis diende te voet afgelegd.
De mensen van ten Ede waren voor hun godsdienstplichten aangewezen op de kerk van Wetteren. Maar de mis bijwonen op zondag betekende twee uur stappen. Een baljuwsrekening van 1454 in het rijksarchief te Brussel spreekt nochtans van een kapel op ten Ede (bezuiden de huidige kerk ) toegewijd aan 'Sint Eloy'. Deze was echter “ buiten dienst “ tot 1628 en een ruine. In 1628 machtigde de bischop van Gent de bewoners van ten Ede de kapel op eigen kosten te herstellen .
Eerst in 1688 werd de bidplaats heringericht. In 1750 werd de nieuwe huidige kerk gebouwd en op 7 oktober 1753 door de bisschop van Gent ingewijd. De kostprijs van de kerk bedoeg iets meer dan 942 Pond som die werd mede bijeengebracht door toedoen van twee milde schenkers samen met de mensen van ten Ede. Een onderpastoor uit Wetteren kwam er indien mogelijk wekelijks de mis lezen.
Er was enkel een grote pont om de Schelde over te steken en bij winterweer stond de helft van het Scheldedal blank. Onze mensen ondervonden dan ook enorme moeilijkheden bij dopen en begrafenissen en huwelijken. In 1756 stuurden de bewoners van ten Ede terug een verzoekschrift aan de bisschop om de kapel te verheffen tot parochiekerk. Hierin somden ze de argumenten op die reeds honderd jaar vroeger werden genoemd , waarom het noodzakelijk was een eigen dorpspastoor te hebben. Het komt in het kort hierop neer:
-
de schelde-wateren beletten hen naar Wetteren te gaan.
-
De veerpont is onbetrouwbaar.
-
De onderpastoor is wel van goede wil, maar komt vaak niet op tijd ter wille van de moeilijk bereikbare dorpskom.
-
Er is nu toch een behoorlijke kerk en er kan een behoorlijk inkomen voorzien worden voor de pastoor.
-
Er zijn op ten Ede 1200 zielen.
Dit verzoek werd door de bischop van de hand gewezen. Na verschillende processen en grote moeilijkheden slechts in 1783 ontvankelijk verklaard. Het zou ons te ver voeren om in dit korte bestek alle gevallen te behandelen.
In 1798 werd ten Ede een proosdij met als residerend proost Christoffel Tollenaere. Met het slaan van een brug over de Schelde in 1791 verdween de grootste grief van ten Ede, deze werd echter in 1793 verwoest en alles bleef bij het oude .
Op 4 december 1863 werd Theodoor Dufour benoemd tot residerend kapelaan te Wetteren ten Ede. Het scheen nu wel iedereen toe dat het moment gunstig was om de slag thuis te halen en na herhaald vragen en aandringen (het had trouwens 200 jaar geduurd) was de kogel door de kerk. Op 14 januari 1875 werd ten Ede een zelfstandige parochie. De bisschop van Gent mgr Henricus Franciscus Bracq benoemde Theodoor Dufour als eerste pastoor. Tot 1875 werden de doden van ten Ede in Wetteren centrum begraven. Per boerekar werden de lijken naar Wetteren gevoerd.
Dat onze mensen zeer gehecht waren aan hun kerk en trouw de zondagsmis bijwoonden wordt ruimschoots geillustreerd door het feit dat ze in 1877 een aanvraag indienden om een nieuwe kerk te bouwen, de huidige kerk kon slechts 650 personen bevatten
Achtereenvolgend hadden we als pastoor :
Theodoor Dufour (1863 )
Lodewijk Moroy (1887 )
Botteldoorn (1901 )
Karel Van Hauwermeiren (1906 )
Van de Velde (1923 )
Leopold Van Goethem (1929 )
Firmin Gabriels (1935 )
Prosper De Bruyne ( 1944 )
Jozef Sonneville ( 1950 )
Marcel Kohn ( 1962 )
Marcel Roelants ( 1968 )
Pierre Van Damme ( 1981 ) Deze was de laatste residerende pastoor op onze parochie en was tevens de bouwer van ons Parochiehuis .
In september 2003 werd E.H.Geert Leenknegt, pastoor van Laarne, eveneens benoemd tot pastoor van Wetteren ten Ede. Op 26 november 2003 werd hij officieel op onze parochie ingehaald en aangesteld.
Bronvermelding: De geschiedenis van Wetteren ten Ede door Albert Rawoens ( 1975 ) Kroniek van de familie De Wilde – De Veirman , geschiedenis van de parochie Wetteren ten Ede door Paul De Wilde Melle 24 juli 1976.