Oktoberverklaring van deken Tony De Jans

Vorige maandag hield minister-president Kris Peeters zijn ‘septemberverklaring’.

Ik zou vandaag mijn ‘oktoberverklaring’ willen houden, als infomoment waar wij ons als kerk en als dekenij met haar 13 parochies actueel situeren.

Wij bevinden ons met de Vlaamse kerkgemeenschap – en misschien zijn velen van ons daar nog té weinig bewust van - in een Copernicaanse omwenteling. Er is een duidelijke hertekening bezig van het kerkelijke en parochiale landschap.
Ik denk bijvoorbeeld aan : het slinkend aantal priesters, een meer en meer gedwongen samenwerkingsverband tussen parochies, een herschikking en soms afschaffing van een weekendviering bij gebrek aan een levendige gemeenschap.

En ook de overheid laat van zich horen in dit debat : er worden vragen gesteld over het open- en overblijven van alle kerkgebouwen, er zijn plannen en ontwerpen om de bedienaars van de verschillende godsdiensten en erediensten op een andere, meer gelijkvormige wijze te betalen.

Bovendien stellen we vast : “In Vlaanderen woont nog amper 5% van de bevolking, vooral oudere mensen, een zondagsviering bij.
Een 60% van de Vlamingen zegt niet meer in God te geloven”. De kerk en haar instellingen hebben voor velen hun geloofwaardigheid en betekenis verloren.

We beseffen meer dan ooit: geloven is vandaag niet vanzelfsprekend, velen hebben onze boodschap totaal niet nodig om als mens gelukkig en goed te leven. Er wordt nog wel geregeld aan onze kerkdeur geklopt bij grote levensmomenten tussen ‘wieg en graf’, maar daarbuiten zijn we voor deze mensen en vooral jongeren niet interessant, laat staan aantrekkelijk. Bij heel wat kerkelijk gezagsdragers, voorgangers en collega’s voel en merk ik daardoor een bewust of onbewust verzet tegen de ‘moderne maatschappij’.
Zij is de grote boze wolf die ons voortdurend bedreigd.

Geloof is allesbehalve vanzelfsprekend of aantrekkelijk, een bedreigende moderne samenleving, zorgen voor het gevaar en de neiging om zich als kerk terug te trekken in de veiligheid en de beslotenheid van het eigen kerkelijk gebeuren. “Laten we vooral bezig zijn met liturgie, verkondiging en binnenkerkelijke vorming”, zeggen en doen heel wat kerkmensen,  “want dat geeft ons een warm en goed gevoel”.
Ik kan dit verstaan, als dit maar niet uitmondt in een ‘kerkelijke terugplooireflex’, een terugvallen op zichzelf want dat is niet heilbrengend !
We zijn dan wel niet ‘van’ deze wereld, maar we moeten wel ‘in’ deze wereld staan. We mogen en moeten kritisch zijn tegenover onze moderne samenleving, maar we mogen er ons niet uit terug trekken.

Meer dan ooit moeten wij die evangelische boodschap van Jezus “leven”.
Was het uiteindelijk dat niet wat ook in de eerste kerk zoveel effect had: “Zie eens hoe zij elkaar liefhebben en zorg dragen voor de armen en de zwakken”.
Geloof moet immers worden gedaan, het evangelie in praktijk gebracht, opdat mensen zien en voelen : God ziet mij, God ziet ieder van ons graag.

Binnen onze dekenij moeten we voor dat alles oog hebben, én van de noodzakelijke hervormingen moeten we rustig maar met standvastige zekerheid werk maken. Daartoe is er in de voorbije 2 jaar al heel wat gebeurd.
Ik geef graag enkele voorbeelden. De verschillende parochieploegen ontmoeten mekaar regelmatig in het kader van dekenale conferenties of vormingen. Zo leren ze elkaar beter kennen, leren we verder kijken dan de eigen kerktoren,
zo denken priesters en leken samen na over mogelijke en haalbare evoluties, zoals over herschikking van uren van eucharistievieringen of over doopdata.

Ik som nog enkele andere voorbeelden op.
Er worden gezamenlijke folders aangemaakt voor ‘vormsel- en huwelijksvoorbereiding’.  We kiezen resoluut voor moderne communicatiemiddelen, bijvoorbeeld via onze vernieuwde website die in een finale fase zit en waarop we veel info kwijt kunnen – niet in het minst naar jongeren en jonge gezinnen toe. We willen daarin bijvoorbeeld gebruik maken van filmfragmenten over doopsel, fragmenten waarin mensen vertellen waarom ze hun kind willen laten dopen én over de betekenis van de verschillende liturgische symbolen.
We kiezen ook voor vorming, voor ‘interne’ vorming over bijvoorbeeld het Marcusevangelie in dit najaar en over ‘vergeving en verzoening’ in het voorjaar van 2012.  We kiezen voor ‘externe’ vorming zoals over de Islam het voorbije jaar.
We proberen nieuwe dingen uit zoals de Taizé-vieringen. We engageren ons voor nieuwe zaken, zoals de opleiding van lekenvoorgangers in de uitvaartliturgie. Tevens is er een parochieassistente in opleiding.
We zetten ons in voor zieken, armen, vreemdelingen en vluchtelingen. En we beseffen daarbij dat we als kerkgemeenschap niet alles zelf meer moeten organiseren,  maar dat we ons bijvoorbeeld met ‘Broederlijk Delen’ moeten inschrijven in de GROS, de gemeentelijke raad voor ontwikkelingssamenwerking.

Ik denk dus dat we op veel vlakken als parochies en dekenij zeer goed bezig zijn. Maar er is nog veel te doen, de blik moet scherp, helder en menselijk gericht worden op de toekomst. Een toekomst waarin we jongeren en ouderen, duwers en trekkers, progressieven en conservatieven, willen meenemen in ons kerkelijk en evangelisch verhaal.

Wij doen plaatselijk ons best, maar er zijn ook grote noden in de ruimere en wereldwijde kerk. Ook zij heeft haar “interne staatshervorming” nodig.
We moeten dringend werk maken van een ander en ruimer priesterbeeld en voorgangerschap, mannelijk én vrouwelijk. Onze historisch gegroeide kerkelijke instellingen en machtsverhoudingen verdienen respect, maar ze zijn niet belangrijker dan het realiseren van het Rijk Gods, van humaniteit op aarde.
We moeten ook dringend werk maken van een nieuw taalgebruik : mooie opsmuk van liturgie en opblinken ‘van wat altijd is geweest’ zal echt niet volstaan.
Patrick Develtere de nieuwe grote baas van ACW nationaal schrijft hierover: “Het baart me grote zorgen dat de kerkgemeenschap, dat zijn we zelf dus, geen taal heeft gevonden die begrijpelijk is voor de mensen. Als ik in de mis zit, denk ik vaak : is dit wel te begrijpen voor iemand die nog nooit in de kerk is geweest?  Dit zorgt vaak voor communicatieproblemen naar de buitenwereld.”
Op heel wat terreinen missen we als kerk een sociologisch realisme.
OK, we moeten spiritueel zijn ‘met het hoofd in de wolken’, maar liefst ook met de twee voeten op de hedendaagse grond. Er is dus nog veel te doen !

Ondertussen kunnen wij Jezus’ boodschap op onze manier en in onze gemeenschap ‘leven’. Laten we er diep van overtuigd zijn dat het evangelie ook vandaag goed nieuws is, en in zich de kracht draagt om een samenleven te scheppen die de hemel en de aarde wat dichter bij elkaar brengt.
Als trouwe, regelmatige of toevallige kerkganger, als gemotiveerde vrijwilliger wil ik u dus een hart onder de riem steken, bemoedigen en motiveren.
Ik vraag jullie : heb geen angst voor de evoluties in geloof, kerk en de parochies, want angst is altijd een slechte raadgever.
Leef méér dan je spreekt, dat deden grote hedendaagse heiligen als Pater Damiaan en moeder Teresa ook. Want zij geloofden - net als ik dat probeer  : “Jezus is niet klein te krijgen, hij is voor ons christenen fantastisch en helemaal het einde” !

Laten we verder bouwen aan een mensnabije kerkgemeenschap.

Wedesign door MultiMediaMakers